Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije

De Hongaarse avant-garde speelde een grote rol in de ontwikkeling van het modernisme aan het begin van de twintigste eeuw. De kunstenaars die tot deze groep behoorden waren voor het merendeel van joodse komaf. Hun Hongaarse namen waren Margit Anna, Endre Bálint, Béla Bán, Róbert Berény, Dezső Czigány, Béla Czóbel, Vilmos Huszár, Béla Kádár, Ödön Márffy, László Moholy-Nagy, Lili Ország, Vilmos Perlrott Csaba, Lajos Tihanyi, Júlia Vajda, Lajos Vajda, Hugó Scheiber, Armand Schönberger, Ernő Schubert en Sándor Ziffer. Zij stonden onder invloed van kunstbewegingen uit zowel Oost als West. Het kubisme uit Frankrijk, het futurisme uit Italië, het expressionisme uit Duitsland en het constructivisme en de cinema uit de Sovjet-Unie. Door hen ontstond een opvallende synthese tussen Oost en West in de zo typische cultuur van Midden-Europa. Zoals Lajos Vajda, een van de negentien kunstenaars van wie werk in dit boek beschreven wordt, het uitdrukte: ‘(…) wij proberen een nieuwe Centraal-Europese Kunst te laten ontstaan, beïnvloed door de twee centra van creativiteit, Rusland en Frankrijk. Daarbij zijn wij in Hongarije voorbestemd om een brugfunctie te vervullen tussen twee typen Europeanen. Wij willen de brug bouwen tussen Oost en West, Noord en Zuid (…).’ Het verhaal van deze kunstenaars draait om de hoop op een betere maatschappij, of die nu voortkwam uit hun jodendom of hun sociale bewogenheid. Dit rijk geïllustreerde boek laat zien dat die hoop tot uitdrukking is gekomen in de krachtige, indrukwekkende kunstwerken uit die periode. Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije gaat in op de vraag hoe deze kunstenaars zichzelf op doorslaggevende momenten in de geschiedenis van hun land definieerden en identificeerden onder wisselende politieke regimes en onder een toenemend antisemitisme. Tijdens hun leven en werk werden anti-joodse wetten ingevoerd en vond de Holocaust plaats. Vele jonge talenten werden vermoord. Een paar avant-gardisten, waaronder Margit Anna en Júlia Vajda, sloegen kort na de oorlog met de ‘Europese School’ een nieuwe richting in. Hun doel was om na de verschrikkingen en verliezen van de Holocaust hun culturele oriëntatie opnieuw als inherent Europees te definiëren. Joodse avant-gardekunstenaars in Hongarije verschijnt bij de gelijknamige tentoonstelling die in het voorjaar 2017 in het Joods Historisch Museum Amsterdam te zien is.

Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije • Joël Cahen (red.)

 

Op 28 mei 2017 verschijnt bij uitgeverij Walburg Pers het boek Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije.

Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije verschijnt bij de gelijknamige tentoonstelling in het Joods Historisch Museum. De tweetalige uitgave (Nederlands en Engels) is rijk geïllustreerd met werken uit de tentoonstelling, die nooit eerder in Nederland te zien waren.

De Hongaarse avant-garde speelde een grote rol in de ontwikkeling van het modernisme aan het begin van de twintigste eeuw. De kunstenaars die tot deze groep behoorden waren voor het merendeel van joodse komaf. Hun Hongaarse namen waren Margit Anna, Endre Bálint, Béla Bán, Róbert Berény, Dezső Czigány, Béla Czóbel, Vilmos Huszár, Béla Kádár, Ödön Márffy, László Moholy-Nagy, Lili Ország, Vilmos Perlrott Csaba, Lajos Tihanyi, Júlia Vajda, Lajos Vajda, Hugó Scheiber, Armand Schönberger, Ernő Schubert en Sándor Ziffer.

Zij stonden onder invloed van kunstbewegingen uit zowel Oost als West. Het kubisme uit Frankrijk, het futurisme uit Italië, het expressionisme uit Duitsland en het constructivisme en de cinema uit de Sovjet-Unie. Door hen ontstond een opvallende synthese tussen Oost en West in de zo typische cultuur van Midden-Europa. Zoals Lajos Vajda, een van de negentien kunstenaars van wie werk in dit boek beschreven wordt, het uitdrukte: ‘(…) wij proberen een nieuwe Centraal-Europese Kunst te laten ontstaan, beïnvloed door de twee centra van creativiteit, Rusland en Frankrijk. Daarbij zijn wij in Hongarije voorbestemd om een brugfunctie te vervullen tussen twee typen Europeanen. Wij willen de brug bouwen tussen Oost en West, Noord en Zuid (…).’ Het verhaal van deze kunstenaars draait om de hoop op een betere maatschappij, of die nu voortkwam uit hun jodendom of hun sociale bewogenheid. Dit rijk geïllustreerde boek laat zien dat die hoop tot uitdrukking is gekomen in de krachtige, indrukwekkende kunstwerken uit die periode.

Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije gaat in op de vraag hoe deze kunstenaars zichzelf op doorslaggevende momenten in de geschiedenis van hun land definieerden en identificeerden onder wisselende politieke regimes en onder een toenemend antisemitisme. Tijdens hun leven en werk werden anti-joodse wetten ingevoerd en vond de Holocaust plaats. Vele jonge talenten werden vermoord. Een paar avant-gardisten, waaronder Margit Anna en Júlia Vajda, sloegen kort na de oorlog met de ‘Europese School’ een nieuwe richting in. Hun doel was om na de verschrikkingen en verliezen van de Holocaust hun culturele oriëntatie opnieuw als inherent Europees te definiëren.

Over de auteur(s)
Geschreven door Judith Boros (Hongaarse kunsthistorica), Krisztina Passuth (Hongaarse kunsthistorica), Radu Stern (Zwitserse kunsthistoricus) en Edward van Voolen (Nederlandse kunsthistoricus) onder de redactie van Joël Cahen.

Joodse avant-gardekunstenaars uit Hongarije, ISBN 9789462491878, € 29,95

Voor interviews, beeldmateriaal en/of een recensie-exemplaar kunt u contact opnemen met Uitgeversmaatschappij WalburgPers

Winnie Urban, marketing & communicatie,
Postbus 4159, 7200 BD Zutphen
T +31(0)575-590336
E publiciteit@walburgpers.nl
I www.walburgpers.nl
t Volg ons via twitter: @walburgpers
F Like ons op facebook!

© 2014 WalburgPers | design by leucq!